foto

© Staf De Roover

   Waarom ook bijen en vlinders geen fan zijn van distelbestrijding

overgenomen van natuurpunt.be

Met hun paarse bloemen zijn distels best mooie planten. En ze zijn ook nuttig: voor onze bedreigde bijen en vlinders zijn het ware nectarrestaurants. Voor hen is er goed nieuws, want distels kunnen niet langer verplicht uitgeroeid worden. Natuurpunt vroeg hier al jaren om en krijgt nu gelijk van de Raad van State. Al hoeft ook niet ťlke distel te blijven staan. Probleemdistels aan akkers gericht aanpakken is de beste oplossing voor deze stekelige kwestie.

Provincies en lokale overheden kunnen terreineigenaars verplichten om vier distelsoorten integraal te verdelgen op basis van een 30 jaar oud Koninklijk Besluit. Maar de federale overheid is eigenlijk niet bevoegd in dergelijke natuurzaken. De bestrijdingsverplichting is daarnaast verouderd, zinloos en slecht voor de natuur. Daarom startte Natuurpunt een juridische procedure bij de Raad van State. De Raad van State geeft Natuurpunt nu gelijk.

De basis voor de distelbestrijdingswetgeving dateert uit de 19de eeuw, toen landbewerkers nog met blote handen en voeten in contact kwamen met paardenmest en op die manier riskeerden om tetanus op te lopen, wanneer de stekels wondjes veroorzaakten tijdens het werk. Met de mechanisering van de landbouw is dat risico verdwenen en de toenmalige noodzaak voor de totale distelbestrijdingsplicht compleet achterhaald.

Vandaag de dag is de heksenjacht op de distel onwenselijk. In natuurgebied is ze ook in strijd met het doel om de natuur te beschermen. Distels vervullen namelijk een belangrijke rol als schakel in een ecosysteem, bijvoorbeeld als nectarplant voor bedreigde bijen en vlinders. Daarnaast wordt bij bestrijding vaak gebruik gemaakt van schadelijke, chemische bestrijdingsmiddelen.

De totale bestrijding is ook erg duur: het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek (INBO) berekende dat de bestrijdingsverplichting de belastingbetaler tussen 5 en 10 miljoen euro per jaar kost. Die middelen kunnen beter besteed worden.


Goed nabuurschap

Wil Natuurpunt dan elke distel laten staan? Nee, dat ook niet. Goed nabuurschap, waarbij akkerdistelhaarden in de buurt van landbouwpercelen en tuinen verwijderd worden, kan lokale overlast van stekelige distels intomen en het probleem tot zijn ware proportie herleiden. Onderzoek heeft uitgewezen dat het overgrote deel van de zaden in een cirkel van 20 tot 40 meter rond de distelhaard valt. Van problemen op grotere afstanden lijkt dus geen sprake. Die aanpak is geen nieuwigheid: Natuurpunt engageert zich al jaren om in overleg met naburige landbouwers en omwonenden het probleem efficiŽnt en met respect voor de natuur aan te pakken.

Distels zijn pioniers die voedselrijke, verstoorde bodems verkiezen en verdwijnen op termijn wanneer de bodem dicht groeit met andere kruiden. Bespuiten met onkruidverdelger of verwijderen heeft vaak weinig zin. Wanneer bij het maaien en afvoeren gezorgd wordt voor zo weinig mogelijk bodemverstoring verdwijnen de distels op termijn vanzelf.

De wetgeving bezorgde lokale overheden heel wat hoofdbrekens. Met de staatshervorming van 1980 werd natuurbescherming, en daarmee ook wilde plantenbestrijding, een gewestelijke bevoegdheid. Het distelbestrijdingsbesluit dat door de federale overheid werd afgekondigd na deze datum, in een Koninklijk Besluit uit 1987, overschreed deze bevoegdheid. Gemeenten en provincies die distelsancties oplegden op grond van de federale wetgeving hadden geen rechtsgrond. De federale wetgeving was daarnaast ook in strijd met de Vlaamse natuurwetgeving en het bermbesluit, die samen specifieke regels opleggen voor het verwijderen van vegetatie en het gebruik van pesticiden. De Raad van State bevestigt in dit arrest dat de rechtsgrond ontbreekt. Een belangrijk precedent voor alle natuurbeheerders.

Om aan de bezorgdheden van landbouwers tegemoet te komen, zijn in de landbouwwetgeving regels over distelbestrijding opgenomen. Er is dan ook geen nood aan bijkomende regelgeving.

Lees het volledige arrest